Skip to main content

Het is misschien gek om te zeggen, maar als je gaat trainen wil je steeds beter en sterker worden én je wilt er beter uitzien.

Klopt toch? Of train je om gewoonweg te bewegen?

 

Als je puur sport voor “functionele onderhoud” is dat natuurlijk prima maar persoonlijk geef ik er de voorkeur aan dat het me lukt om net iets meer te kunnen bankdrukken of te squatten. Het is juist dat extra setje of die extra herhaling die het lekker maakt en die jou die felbegeerde progressie geeft.

 

Wil je graag extra werken aan bijvoorbeeld je rug of benen, dan train je specifiek.

Een training is meestal specifiek. Je verbetert datgene wat je traint. Als je krachttraining alleen met je armen doet worden je benen niet sterker.

Doe je altijd een duurloopje als cardio oefening dan wordt je explosiviteit niet beter.

Je kunt dus rekening houden met wat je precies (specifiek) wil worden. Dit heet de wet van de specificiteit (trainingsleer)

 

Het is één van de vele trainingswetten die we hebben. Er bestaan nog meer trainingswetten die je kan toepassen als je gaat trainen.

 

  1. Continue belasting ( een schema volgen gedurende 3-4 weken levert je niet de progressie op die je wil: je zal het langer moeten volhouden)
  2. Het overload principe: Vooruitgang boek je alleen als je lichaam het écht zwaar heeft en moeite blijft houden met je trainingsprogramma. Blijf jezelf dus uitdagen!
  3. Wet van de verminderde meeropbrengst : Als je begint met trainen, boek je de eerste jaren de meeste progressie en de meeste winst. Daarna wordt het steeds moeilijker om winst te boeken. Je moet de trainingen zodanig aanpassen dat je steeds meer moeite moet doen om progressie te boeken. (Hoe langer je traint des te minder progressie je maakt.)
  4. Specificiteit principe (Dat wat je traint, wordt sterker)
  5. Individualiteit ( het trainingsschema moet zo specifiek mogelijk worden aangepast op de persoon: op leeftijd, geslacht, spiervezelsamenstelling, reactiesnelheid, trainingservaring, mentale staat (humor en zelfvertrouwen), fysieke staat (hoe fit ben je eigenlijk)
  6. Supercompensatie : zie dit filmpje over super compensatie
  7. Tapering en periodisering: rust is enorm belangrijk! Als je hard traint moet je ook goed herstellen! Dit betekent dat je periodes van zware belasting afwisselt met periodes van lage(re) intensiteit of volledige rust.

 

“Use it or lose it”

 

Als je een tijdje niet traint in verband met een blessure of je gaat op vakantie dan merk je dat je achteruit gaat voor wat betreft kracht en uithoudingsvermogen.

 

Natuurlijk is rust geven aan je lichaam belangrijk maar vergeet niet dat je wel “onderhoud” moet blijven geven aan je lijf.

Bij krachttraining verdwijnt het trainingseffect na een tijdje en dat merk je natuurlijk ook. Dus je moet dit bijhouden. Als je hard traint en je gebruikt je herstel volledig dan maakt je lichaam extra spierweefsel aan en gaat je lichaam groeien (wet van de supercompensatie). Hoe intensiever je training is, des te langer je rustperiode is.

Iemand die een marathon heeft gelopen moet veel langer rusten in verband met de aanhechtingen van banden, kapsels en pezen. Begin je te snel met je training dan kan je voor verschrikkelijke blessures komen te staan (peesontsteking enz.)

 

Als je daarna niks meer doet wordt je spierweefsel afgebroken. En ben je terug bij af.

Training moet dus zorgvuldig worden gedaan op de juiste momenten. Net als rust!

 

Wil je dus dikkere spierballen dan moet je die armen ook vaker trainen dan je benen.

Maar vergeet niet: “dont skip legday” J Het moet natuurlijk alleemaal in verhouding zijn!

 

Veel succes met trainen! Doe vooral iets wat je erg leuk vindt , want dit houd je namelijk het langst vol! En train voor jezelf, voor je eigen doelstelling. Of dat nu gespierder, fitter of gezonder is!

Laat een bericht achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    Ben je geïnteresseerd in een gratis proefles of heb je een vraag?

    Vul onderstaand formulier in en we nemen snel contact met je op.